Er voltrok zich een ramp die zijn weerga niet kent in de geschiedenis van Valkenburg.
Negentien doden en een aantal gewonden waren het trieste resultaat op deze regenachtige woensdagmiddag 29 september 1954 op het Grendelplein.
Onder de doden één plaatsgenoot: Armand Vijgen, gids in de Gemeentegrot.
Eerder op deze dag vertrokken inwoners van de twee Belgische plaatsjes Grâce – Berleur en St. Nicolas voor een dagtochtje met de bus naar Maastricht en Valkenburg. Het is een autobus van het bedrijf La Wallonie uit Luik.
Men reed in een colonne met in totaliteit zeven bussen richting Valkenburg.
Het was een goedkope reis: 35 Bfr. De kas van de organiserende Vereniging van Mijnwerkers bijsprong. Een dagje uit, met vrouw en kinderen. En enkele kleinkinderen waren er ook bij. Meerdere bussen dus met in totaal 202 passagiers.
Via de Rijksweg door Vilt komt men op de kop Cauberg aan waar men een bezoek bracht aan Klant’s Dierentuin.
Onmiddellijk na het vertrek bij de Dierentuin schoot een bus naar voren. “Ik zag mijn collega achter het stuur met wilde ogen voor zich uit staren” zei een van de bestuurders van een gepasseerde bus. Het bleek Roger Mils te zijn, een nieuwe chauffeur van het bedrijf die pas enkele dagen in dienst was. Na de ramp kenden de andere chauffeurs zijn naam niet eens !
Roger Mills had het met de rem en de versnelling te kwaad gehad. In een laatste poging om de macht over bus nr. 31 terug te krijgen, trachtte hij op de motor te remmen. Hij drukte de versnelling naar beneden. Dat was zijn bedoeling. Echter de versnellingspook bleef hangen.
Roger kreeg er geen beweging meer in. De remmen waren niet meer te gebruiken. Hij kon de bus niet meer houden.
In een dolle vaart raasde de bus de Cauberg af.
De mensen in de vier voorste bussen wisten niet welk drama zich achter hun rug afspeelde. Zij waren al enkele minuten van tevoren het Grendelplein gepasseerd.
In een razend tempo ontweek Roger Mils nog een geparkeerd staande auto. Dat was teveel voor de stuurmanskunst van de jonge chauffeur. De bus reed ter hoogte van de ingang van de Gemeentegrot de Valkenburgse gids Armand Vijgen aan die wilde oversteken.
De chauffeur kon de bus niet in zijn macht krijgen en kwam in aanraking met het mergel monument uit 1889.
Een jeugdige kelner van Hotel Limburgia belde de geneeskundige dienst en de politie om te vertellen wat er zich voor zijn ogen had afgespeeld. Binnen enkele minuten was het Valkenburgse Rode Kruis aanwezig. Later arriveerden de collega’s uit Maastricht en Heerlen. De Valkenburgse artsen Kettler, Bartels en Th. Van der Ploeg waren onmiddellijk op de plek des onheils. Verplegers en ambulances uit Maastricht en Heerlen redenuit richting Valkenburg.
In nauwelijks 15 minuten tijd werden 13 gewonden en diverse doden die in het wrak en op straat lagen, geborgen. Negen zwaargewonden werden naar het Heerlen St.Josephziekenhuis vervoerd. Vier naar het St.Annadalziekenhuis in Maastricht.
Pastoor Welters en kapelaan Hennekens waren met de paters van de H.Harten op de Cauberg snel op de ongeluksplek aanwezig om het H. Oliesel toe te dienen. Ziekenauto’s van het Rode Kruis reden af en aan.
Tientallen Valkenburgers staan het lugubere schouwspel verbijsterd en met tranen in hun ogen bij Hotel Blezers toe te kijken. Ze worden op een afstand gehouden door de politie agenten de Kan en van Vlijmen van het Heerlense korps. Cauberg en Daelhemerweg worden door de politie afgesloten voor alle verkeer.
De doden werden rechts van de trap naar de Ruïne gelegd om later naar het brandweerdepot in Valkenburg te worden overgebracht.
De politie start haar onderzoek. De bergingswerkers doen hun werk. De overige Belgische gasten worden door hoteliers en restauranthouders op het Grendelplein opgevangen met koffie.
Burgemeester Frans Breekpot is ook op de ongeluksplek aanwezig. In de avonduren komen gouverneur mr. dr. Houben, burgemeester Simon Paques van Grâce-Berleur en de Belgische consul dhr. J. Ubaghs naar Valkenburg.
Dinsdag 6 oktober 1954 werd Armand Vijghen ten grave gedragen. In de Nicolaas en Barbarakerk werd een requimmis opgedragen. Het regende die dinsdag. Droefheid en verslagenheid kenmerkte de rouwstoet die langzaam voorbij de plek des onheils trok. Naast burgemeester Breekpot was er een grote delegatie uit het Luikse Grâce-Berleur bij de rouwplechtigheden aanwezig. Grote bloemenkransen met linten werden meegedragen. Afkomstig van gemeente ambtenaren, collega’s van de Gemeentegrot en de Belgische ambassade, van de gemeente Grâce-Berleur. Als slippendragers fungeerden de collega gidsen van de “berg”.
Pastoor Welters bad aan het open graf voor de ziele rust van deze en de andere slachtoffers. Aan het einde van de korte plechtigheid sprak de broer van de overledene, Albert Vijghen een dankwoord namens de familie uit aan allen die tijdens de rampdag alles in het werk hadden gesteld om het leven van zijn broer te redden.
Na afloop van de begrafenisplechtigheid werd de Belgische delegatie op het gemeentehuis in de Grotestraat ontvangen en de aanwezige gasten kregen een kop koffie aangeboden. Het gemeentepersoneel had voorzover mogelijk, gedurende de begrafenis vrij gekregen.
Wie was Armand Vijghen ?
Hij werd op 4 juli 1890 in Valkenburg geboren als Armand Hubertus Edmundus Vijghen.
Met de gids Lennards was hij de enige die in de oorlogsjaren an de “berg” verbonden was. Hij heeft veel werk gedaan in het belang van inwoners van Valkenburg, die destijds de grotten als schuilplaats gebruikten.
Daardoor viel Armand Vijghen de eer te beurt om als gids te fungeren tijdens het koninklijk bezoek van 1950.
Vijghen beheerste naast het Nederlands, het Frans en het Duits. Hij leidde in zijn leven naar schatting een kwart miljoen mensen door de mergelgrot. Hij behoorde tot de oudere gidsen.
Armand Vijghen was getrouwd met Helena de Rooy. Hij werd 64 jaar oud.

















































